Parochie Moeder Gods Bescherming

Materiaal bij de heiligverklaring van de metropolieten Antoni, Anastasi, Filaret en Vitali

De redactie van onze parochie heeft een samenvatting gemaakt van de geschriften voor de heiligverklaring van de Metropolieten van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland ANTHONI, ANASTASI, FILARET en VITALI, het boek van vader Benjamin Joukoff en openbare bronnen.


Materiaal bij de heiligverklaring van de metropolieten Antoni, Anastasi, Filaret en Vitali, Eerste Hiërarchen van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland (ROKB)

Toen God honderd jaar geleden de ineenstorting van het machtige orthodoxe Russische imperium toeliet, ontvluchtten miljoenen Russen, in een poging aan de dood te ontsnappen, het vaderland, het vroegere Heilige Rusland.

In ballingschap beseften veel Russen de diepere betekenis van deze tragedie. De reden was dat het geloof van het Russische volk bekoeld was en dat Gods goedheid in vergetelheid raakte. In ballingschap daarentegen hervonden velen van hen het geloof. De in die tijd vooraanstaande bisschoppen ontwikkelden zich tot geestelijke leiders die het volk wisten te verenigen tot een geestelijke en scheppende eenheid. Zij bliezen het Heilige Rusland buiten de grenzen van het historische vaderland nieuw leven in.


Metropoliet Antoni (Chrapovitski)

Metropoliet Antoni (Chrapovitski) werd geboren in het gezin van een landeigenaar in de regio Novgorod en hij kreeg van zijn moeder een strenge, christelijke opvoeding. Zijn diploma haalde hij aan het Theologisch Seminarie in Sint-Petersburg. Waar metropoliet Antoni ook studeerde, doceerde of diende, overal had hij door zijn vriendelijke en zachtmoedige woord een positieve invloed op mensen.

Metropoliet Antoni was tijdens het Plaatselijke Concilie van 1917/1918 in Moskou, dat het patriarchaat in Rusland herstelde, een van de drie kandidaten om patriarch te worden. Bij de stemming kreeg hij de meeste voorkeursstemmen (101), maar aanzien de patriarch via loting werd aangewezen, werd metropoliet Tichon (Belavin) patriarch, hoewel hij slechts 23 voorkeursstemmen had gekregen.

Toen Antoni metropoliet van Charkov was, werd hij door de militaire autoriteiten van het Duitse Rijk gearresteerd en verbannen naar een uniatenklooster in Galiсië, waar hij 8 maanden gevangen zat.
Toen hij in 1920 na evacuatie vanaf de Krim in Constantinopel terechtkwam, werd hij door de Servische patriarch Dimitrije uitgenodigd om naar Joegoslavië te komen. Daar stond hij 15 jaar lang aan het hoofd van het Russische leven in ballingschap. Zo werd metropoliet Antoni de eerste geestelijke leider van de Russische vluchtelingen.

Eigenlijk wilde hij zich na zijn gedwongen vertrek uit Rusland terugtrekken in een klooster, maar door Gods voorzienigheid en de gebeden van de gelovigen voor de Moeder Godsicoon Hodigitria (‘Zij die de Weg toont’), legde hij zich neer bij Gods wil om het Russisch volk in ballingschap geestelijk bij te staan en te voorkomen dat zij de moed lieten zakken. Hij sterkte hen in hun orthodoxe geloof en beschermde hen tegen krachten die de orthodoxie vijandig waren gezind. Metropoliet Antoni wist in het buitenland het Heilige Rusland te behouden.

Hij werd leraar en gids van de liefde genoemd. Veel mensen vonden met zijn hulp de weg naar het geloof en leerden wat goddelijke liefde was. Voor metropoliet Antoni was kerkelijke eenheid het allerbelangrijkste. Eén Kerk (het Lichaam van Christus), eenheid in geloof en een gemeenschappelijke Heilige Communie van vele mensen en volken; eenheid naar voorbeeld van de Heilige Drie-eenheid.

Metropoliet Antoni stierf niet als martelaar maar hij was te allen tijde bereid het martelaarschap te aanvaarden. Hij was vooral belijder, iemand die op bijzondere wijze van zijn geloof getuigde, en zo werd hij ook genoemd door de heilige bisschop Johannes van Shanghai. Het aantal mensen dat hij onderwees, geestelijk bijstond en ondersteunde en dat vol dankbaarheid tot op heden voor hem bidt, is niet te tellen.

Metropoliet Antoni overleed in augustus 1936 en hij werd begraven op de Nieuwe Begraafplaats in Belgrado in de crypte van de kapel gewijd aan de Moeder Gods van Iberië.


Metropoliet Anastasi (Gribanovski)

Na de dood van metropoliet Antoni in 1936 werd metropoliet Anastasi (wereldlijke naam: Alexander Alexeevtisj Gribanovski) benoemd tot hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland. Hij werd in 1873 in het gouvernement van Tambov geboren. In 1897 behaalde hij zijn diploma aan de Theologische Academie van Moskou waar archimandriet Antoni (Chrapovitski), het toekomstige hoofd van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland, op dat moment rector was. Archimandriet Antoni omringde zijn studenten met liefde en wist hen te inspireren tot een monastiek en dienstbaar leven in de Kerk.

Als hulpbisschop van het bisdom Moskou, voorzag hij de op handen zijnde wrede vervolging van de kerk, het geloof en de geestelijkheid.

Zijn lange verblijf in Moskou (meer dan 20 jaar), de grote hoeveelheid heilige plaatsen en de geestelijke nalatenschap van de grote hiërarch van de Russische Kerk, metropoliet Filaret (Drozdov, die leefde van 1782 tot 1867) waren doorslaggevend voor zijn geestelijke vorming.

Metropoliet Anastasi was nauw betrokken bij het Plaatselijke Concilie in Moskou van 1917/18. Hij was één van de vijf kandidaten die de Patriarchale Synode had geselecteerd om deel te nemen aan de verkiezing tot patriarch. Hij kreeg 77 stemmen.

In 1915 ontving hij tijdens de Eerste Wereldoorlog de orde van de heilige Vladimir (2e graad) en de orde van de heilige rechtgelovige grootvorst Alexander Nevski (versierd met zwaarden) voor zijn toewijding aan de Kerk en zijn onbaatzuchtige en moedige inzet tijdens de oorlog.

Na de burgeroorlog (1917-1923) verliet hij samen met het leger en vele burgers Rusland en wijdde hij zich aan zijn herderlijke taak van bisschop voor de Russische vluchtelingen.

In 1923 verdedigde metropoliet Anastasi uit naam van de Russisch-Orthodoxe Kerk tijdens het Panorthodoxe Congres in Constantinopel de zuiverheid van het geloof en verzette zich tegen de geest van vernieuwing en hervorming die op het congres heerste.

Onder de geestelijkheid en zijn geestelijke kinderen verwierf de metropoliet veel respect door zijn wijze woord, leven, liefde, geestelijke kracht, geloof, reinheid en zachtmoedigheid.

Tijdens kerkdiensten toonde hij zich een waar gebedsvol hiërarch. Tijdens de Goddelijke Liturgie, vooral tijdens de Eucharistische canon, ervoer men in zijn buurt Gods genade en de nabijheid van het Hemels Koninkrijk.

Hij was hoofd van de Kerk in de moeilijke jaren van het Interbellum, de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse periode.

Metropoliet Anastasi toonde zich in zijn godvruchtig en zijn ongerepte levenswandel, zijn ascetische leven, als bewaker van de Evangelische waarheid en het canonieke recht en als kerkleraar, een groot bisschop. Zijn liefde voor en verdriet om Rusland waren enorm.

Op 22 mei 1965 overleed op 91-jarige leeftijd de laatste vertegenwoordiger van bisschoppen van voor de revolutie. Metropoliet Anastasi ligt begraven onder het altaar in de kloosterkerk van het Drievuldigheidsklooster in Jordanville.


Metropoliet Filaret (Voznesenski)

Metropoliet Filaret werd als Georgi Nikolaevitsj Voznesenski in 1903 in Koersk geboren. Zijn vader was priester.

In 1920 ontvluchtte het gezin de revolutie en streek neer in China. In Harbin haalde de toekomstige bisschop zijn diploma aan de Chinese polytechnische school en later deed hij een theologische opleiding. Aan die opleiding ging hij vervolgens ook doceren. Hij onderwees de vakken Nieuwe Testament, Pastoraaltheologie en Homiletiek. In 1930 werd hij gewijd tot diaken en een jaar later tot monnik en tot priester. In 1937 ontving hij de titel archimandriet.

In Harbin bevond zich in die tijd een grote kolonie Russische vluchtelingen. Archimandriet Filaret zette zich onvermoeibaar in op het gebied van de diensten, pastorale zorg en de verkondiging van Gods woord. De diensten die hij celebreerde en zijn inspirerende homilieën (preken) trokken vele gelovigen.

Tijdens de Japanse bezetting van China werd Filaret vervolgd door de Japanse autoriteiten. Deze vervolgingen hielden ook aan na de oorlog toen de Chinese communisten aan de macht kwamen. De onverzettelijke en compromisloze houding ten opzichte van het Moskouse patriarchaat en de Sovjetautoriteiten leidde tot vervolging en hij werd regelmatig oproepen voor verhoor. Tijdens één zo’n ondervraging werd fysiek geweld gebruikt. Daarna ontsnapte hij ternauwernood aan een poging tot moord: het huis waar hij woonde, werd in de brand gestoken waarbij de deuren en ramen op de begane grond vooraf waren dichtgetimmerd. Maar ook dit keer spaarde de Heer zijn leven. Hij sprong uit het raam van de eerste verdieping en liep alleen brandwonden op. Zo verwierf metropoliet Filaret de eer van belijder en martelaar om het geloof.

In 1962 verliet metropoliet Filaret met een groot aantal van de gelovigen het communistische China en vestigde zich eerst in Hongkong en later in Australië. In 1963 werd hij tot bisschop van Brisbane gewijd en was hulpbisschop van het bisdom Australië. Tijdens de Bisschoppelijke Synode van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland werd bisschop Filaret in 1964 gekozen tot Eerste Hiërarch en benoemd tot metropoliet. Zo werd hij de derde metropoliet die het Heilige Rusland in ballingschap moest leiden. Hij zette de lijn van zijn voorganger metropoliet Anastasi voort als onafhankelijk deel van de Russische Kerk die vasthield aan de canonieke basis van de proclamatie van patriarch Tichon van 7/20 november 1920 en ‘die niet van plan is om deze onafhankelijkheid op te geven ten behoeve van de kerkleiders van het Moskouse Patriarchaat, met wie de Buitenlandse Kerk, omwille van het behoud van haar zuiverheid, geen enkel canonieke betrekkingen, gemeenschappelijke gebedsdiensten of wat dan ook voor relaties moet onderhouden, een eventuele definitieve veroordeling voorbehoudend aan de Synode van de toekomstig vrije Russische Kerk.’

De tijd met Filaret als hoofd van de Kerk werd gemarkeerd door vijf heiligverklaringen in de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland: van de heilige Johannes van Kronstadt (1964), de heilige Herman van Alaska (1970), de heilige Ksenia van Petersburg (1978), de heilige tsaar-martelaar Nicolaas II en alle nieuwmartelaren en belijders van Rusland (1981) en van de heilige Paisios Velichkovski (1982).

Metropoliet Filaret was een groot geestelijk leider, iemand van gebed en vasten, een getalenteerd redenaar en mentor van jongeren. De zuiverheid van de orthodoxie stond voor hem op de eerste plaats en, trouw aan de geest van de Oecumenische Concilies, stond hij in een tijd van algemene religieuze verwarring onder de orthodoxe kerkleiders alleen als apologeet van de waarheid. De grote verdienste van metropoliet Filaret is dat hij in een troebele periode voor de orthodoxie de ketterse en anti-orthodoxe gezindheid blootlegde die zich verschuilt achter de hedendaagse oecumenische beweging en het kerkelijke modernisme.

Metropoliet Filaret, de orthodoxe belijder en apologeet, die de Kerk verdedigde tegen de goddelozen en ketters van de oecumenische beweging, overleed op 8/21 november 1985 en werd begraven in de crypte van de Ontslapingskerk die zich bevindt op de begraafplaats van het Drievuldigheidsklooster in Jordanville.

In 1998 werd besloten om het stoffelijk overschot van deze ontslapen Eerste Hiërarch van de crypte naar een nieuwe grafkelder in het altaar van de Drievuldigheidskathedraal in Jordanville over te brengen. Bij het openen van het graf ontdekten aartsbisschop Laurus en de broeders van het klooster dat het lichaam van metropoliet ongeschonden was gebleven.


Metropoliet Vitali (Oestinov)

De vierde Hiërarch van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland was metropoliet Vitali, in de wereld Rostislav Oestinov. Hij werd geboren op 18 maart 1910 in Sint-Petersburg in het voorname gezin van een marineofficier. Later woonde het gezin in de stad Sebastopol op de Krim. Dit in verband met de positie van zijn vader als marineofficier. Tot het einde van zijn leven had de metropoliet warme herinneringen aan deze stad. In 1920 kwam hij als jonge cadet op een van de oorlogsschepen van het Krimeskader eerst in Constantinopel terecht en daarna in Joegoslavië. In 1923 verhuist hij samen met zijn moeder naar Frankrijk. Na de middelbare school en militaire dienst in het Franse leger kiest korporaal Oestinov een andere weg. Hij verbreekt de banden met de wereld en wijdt zijn leven aan God.

In 1938 treedt Rostislav als novice toe tot het klooster van Job van Potsjaev in Ladomirová in Slowakije. Al in 1939 wordt hij gewijd tot rasofoormonnik met de naam Vitali, ter ere van de heilige martelaar Vitali van Rome. Vrij snel daarna krijgt hij zijn tweede monnikswijding (het kleine schema) en wordt hij gewijd tot diaken. Een jaar later wordt hij tot priester gewijd.

In 1944 naderde het Rode leger het klooster en zagen de kloosterlingen van Ladomirová zich genoodzaakt om te evacueren naar Duitsland, naar Berlijn. Daar nam vader Vitali de pastorale zorg op zich voor de Russische vluchtelingen, tewerkgestelden en krijgsgevangenen. Hij hield diensten in het kamp voor ontheemden.

Metropoliet Vitali was een ware herder die bereid was zijn leven te geven voor zijn schapen. Zijn liefdevolle dienstbaarheid in het naoorlogse Duitsland zijn algemeen bekend. Hij beschermde honderden mensen tegen uitlevering aan de Sovjet-Unie en organiseerde het publieke en kerkelijke leven in de kampen in het noorden van Duitsland waarbij hij aan veel ontheemde Russische vluchtelingen de vreugde voor het leven en het geloof van hun vaders wist terug te geven. In 1951 werd hij bisschop in Brazilië. Vanaf 1955 diende hij in Canada en vanaf 1957 kreeg hij de leiding over alle parochies in dat land. Daarna werd hij bisschop van Richmond in Groot-Brittannië. Vladyka Vitali stond bekend om zijn harde en onverzoenlijke houding ten opzichte van het aan de Sovjet-Unie loyale patriarchaat van Moskou en de oecumenische beweging. Na de dood van metropoliet Filaret (Voznesenski) in 1986 werd hij gekozen tot hoofd van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland met behoud van de parochies in Canada. Tijdens zijn ambtsperiode stortte de Sovjet-Unie ineen en werden er in de voormalige Sovjet Unie parochies geopend die vielen onder de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland, wat een vijandige en uiterst agressieve reactie veroorzaakte bij het Moskouse patriarchaat en de wereldse autoriteiten. ‘In onze heilige Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland is de stem van het Heilige Rusland te horen,’ zei metropoliet Vitali in zijn homilieën. ‘De kern en het wezen daarvan is de innerlijke, verborgen hunkering van de Russische ziel naar een leven als dat van de Heiligen, een leven geïnspireerd door het Evangelie. Die stem van het Heilige Rusland zal altijd, ook over duizenden jaren na het historische bestaan van Orthodox Rusland blijven doorklinken.’

Metropoliet Vitali moest wrede vervolgingen en laster van zijn medebroeders, de andere bisschoppen, verdragen, die elk gevoel voor de Evangelische waarheid hadden verloren en de historische weg en missie van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland verloochenden. Hij werd vervolgd, verketterd, verjaagd uit de synodale residentie in New York, gearresteerd, vernederd door medische attesten en ook door vernedering en geweld in het altaar, het Heilige der Heiligen, van de kloosterkerk in Mansonville. In deemoed verdroeg hij al de door God toegelaten verzoekingen. De vijanden van de Kerk wilden metropoliet Vitali koste wat het kost weg hebben en dwingen tot capitulatie omdat de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland dankzij de metropoliet weigerde compromissen te sluiten. Maar de tegenstanders vergaten dat de Kerk niet door handen gemaakt is: zij kan niet door mensenhanden gebouwd of verwoest worden. Tot het einde toe stond metropoliet Vitali aan het roer van de niet tot zinken te brengen Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland, een klein deel ervan, of zoals de in 1992 heiligverklaarde Johannes van Shanghai en San-Francisco het formuleerde: ‘klein maar zuiver als kristal,’ en op de bisschoppelijke synode van de Russische Orthodoxe Kerk in het Buitenland van november 2004 kreeg hij de titel ‘zalige’ voor het feit dat hij jarenlang aan het hoofd van de Russische Kerk in het Buitenland had gestaan en meer dan 50 jaar diende als bisschop.

Metropoliet Vitali overleed op 28 september 2006 op de dag van de teruggave van het feest van de Geboorte van de Moeder Gods. Hij werd begraven in Mansonville (Canada), in de skite gewijd aan het feest van de Verheerlijking van onze Verlosser.

De Heer zei: Wie volhoudt tot het einde, zal gered worden. En wij geloven dat de Zalige Metropoliet Vitali als laatste wettelijke en vierde Eerste Hiërarch van de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland, als goede herder, belijder en martelaar zijn aardse pad heeft volbracht volgens het gebod waar hij ons ook aan herinnert: ‘Houd vast wat gij hebt, laat u door niemand uw kroon ontroven’ (Openb. 3:11).