Parochie Moeder Gods Bescherming

60-jarig jubileum van de Russisch Orthodoxe Parochie Moeder Gods Bescherming te Arnhem

60-jarig jubileum van de Russisch Orthodoxe Parochie Moeder Gods Bescherming te Arnhem

Het ontstaan van de Russisch Orthodoxe parochies in Nederland gaat terug naar het begin van de 19e eeuw, als de toenmalige kroonprins en latere Koning Willem II der Nederlanden trouwt met de dochter van de Russische tsaar Paul I, grootvorstin Anna Paulowna, zuster van de tsaren Alexander I en Nicolaas I. Het bruidspaar trouwt volgens de orthodoxe rite in het keizerlijke Winterpaleis te St. Petersburg. Als echtgenote van de Nederlandse koning bleef Anna Paulowna haar orthodoxe geloof belijden; hiervoor liet zij in de privévertrekken een huiskapel inrichten. Zodoende verscheen de eerste Russisch Orthodoxe Kerk in 1816 in Den Haag. Daarna volgde een kerk van de ambassade, tot de eerste parochianen behoorden medewerkers van het Russische corps diplomatique en vertegenwoordigers van handelsfirma’s. Koningin Anna Paulowna was zeer geliefd bij haar onderdanen in Nederland en haar nagedachtenis wordt in ere gehouden. Zij is in 1865 overleden en bijgezet in de Koninklijke graftombe in de Nieuwe Kerk te Delft. Zo is het Koninklijk Huis der Oranje-Nassaus verbonden met het Russische Keizerlijke Huis van de Romanovs.

Maar de Russisch-Nederlandse betrekkingen hebben diepere wortels, de oorsprong hi ervan gaat terug naar de 16e, 17e en vooral naar de 18e eeuw, tijdens het Groot Gezantschap van tsaar Peter de Grote, die zich in de zeevaartkunde en de scheepsbouw bekwaamde in Zaandam. Wellicht stamt uit deze periode de interesse van beide volkeren voor elkaar .

De Russen waren geïnteresseerd in de prestaties van de Nederlanders op het gebied van industrie, handel, wetenschappen en techniek, vooral in scheepsbouw, maar ook in de beeldende kunst, op de eerste plaats de schilderkunst. De Nederlanders waren altijd geïnteresseerd in de uitbreiding van handelsbetrekkingen en versteviging van economische banden met Rusland. Tevens waren ze zeer onder de indruk van de Russische wereldlijke en geestelijke cultuur, met belangstelling bestudeerden zij de rijke orthodoxe tradities van het oosterse christendom.

De belangstelling voor de Russisch orthodoxe geestelijke cultuur groeide vooral in de jaren 20 van de vorige eeuw. In 1921 ontstonden vele parochies van de Russisch Orthodoxe Kerk in de diaspora als gevolg van de catastrofale Russische revolutie van 1917-1921. Na de synode in Sremski Karlovci in Joegoslavië, waar de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland werd opgericht, verschenen deze parochies ook in Nederland. Russische burgers, die zich bevonden buiten de grenzen van hun vaderland, uitgeweken voor willekeur, losbandigheid en wreedheid van de bolsjewieken, probeerden hun geestelijke identiteit, cultuur, geloof en tradities van hun voorvaderen te behouden.

De Russische parochies in die tijd werden aangevoerd door metropoliet Evlogiï (Georgievsky), maar als gevolg van intriges, zijn eigen fouten en dwalingen, maar ook door de ondermijnende acties van het Sowjet bewind en de hierdoor gecontroleerde Sowjetkerkleiders, scheidde deze zich af van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland, en sloot zich aan bij het patriarchaat van Constantinopel, waarbij de parochies in Nederland, die onder hem ressorteerden, onder zijn jurisdictie bleven .

Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstonden parochies en kerkelijke gemeenten van de Buitenlandse Kerk in Nederland, waaronder in Den Haag (Opstandingskerk), Amsterdam (Maria van Egypte) en in Arnhem (Moeder Gods Bescherming).

Onze gemeente in Arnhem is volgens sommige gegevens opgericht in 1955, volgens andere gegevens in 1956. Vandaag de dag is dit moeilijk vast te stellen. Er woonden reeds vóór de Tweede Wereldoorlog orthodoxe Russen in Arnhem. Bijvoorbeeld T.N. Valk-Kotscherginá, die tekenen en kunst studeerde op de kunstacademie in Arnhem en echtgenote werd van de bekende avant-gardeschilder Hendrik Valk. Zij werd eerst penningmeester en daarna stárosta van de Arnhemse parochie. Dankzij de familie Valk werd het mogelijk voor de Arnhemse gemeente een eigen pand te hebben als kerk, waarin zij tot op heden gehuisvest is, op de Amsterdamseweg 96. Later is de Stichting in het leven geroepen voor het beheer van de Arnhemse parochie. In het begin werd de kern van de parochie voornamelijk gevormd door vluchtelingen uit de Duitse werkkampen, de zogeheten D.P.’s (displaced persons), personen, die gedwongen uit hun vaderland waren weggehaald om dwangarbeid te verrichten op Duits grondgebied gedurende de oorlog en die niet wilden terugkeren naar de Stalinistische USSR. Ongeveer gedurende 3 jaar, van 1950 tot 1953, werden de kerkdiensten gehouden in de Oud-Katholieke kerk en daarna in bejaardenhuizen in Oosterbeek. Eén van deze huizen was gesitueerd aan de Annastraat 1, waar van 1957 tot 1973 Russische vluchtelingen woonden. Daar in Oosterbeek is een stukje Russische grond ontstaan op de plaatselijke begraafplaats, dat in 1964 in gebruik is genomen.

In 1954 is een grote groep vluchtelingen uit communistisch China aangekomen, voornamelijk uit Sjanghai, maar ook uit communistisch Joegoslavië, die voor het regime van Tito gevlucht waren naar het Italiaanse Triëst.

Het Nederlandse Koninklijke Huis verleende gastvrijheid aan de Russische vluchtelingen – prinses Wilhelmina stelde een koninklijk onderkomen in het voormalige woonpaleis van wijlen haar moeder koningin-regentes Emma aan het Lange Voorhout In Den Haag ter beschikking.

Russische vluchtelingen, in meerderheid bejaarde, in slechte gezondheid verkerende en onbemiddelde mensen, vonden hier een tweede vaderland, steun van het Koninklijk Huis en onbaatzuchtige hulp van de regering en het Nederlandse volk. Met zulk een belangeloos betoon van christelijke naastenliefde handelde dit land, dat zelf net de Duitse bezetting, verwoesting van zijn steden en ontwrichting van de nationale economie doorstaan had, en het regerende koningshuis betoonde sympathie en diep medeleven met deze lijdende Russische mensen, die onder moeilijke omstandigheden in den vreemde verkeerden.

Tussen twee haakjes, het overgrote deel van kerkelijke utensiliën, iconen en gewaden zijn nog uit de tijd, komen uit de kampen van D.P., echter onze iconostase komt uit het vluchtelingenkamp van Triëst, meegebracht naar Nederland en in gebruik tot op de dag van vandaag.

In 1953 is een Nederlandse missie van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland gevormd onder leiding van de toenmalige bisschop Ioann (Maksimovitch) van Brussel en West-Europa, later Aartsbisschop van San Francisco, die zelf een Russische emigrant was uit Sjanghai en daar aan het hoofd stond van het bisdom van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland. St. Ioann van Sjanghai en San Francisco, heilig verklaard door de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland in 1994, heeft veel gedaan om het Russisch orthodoxe geloof op Nederlandse bodem te bestendigen. Vladyka was voorstander van oprichting van nationale Orthodoxe Kerken, waar de kerkdiensten zouden worden gehouden in de landstaal. Met dit doel voor ogen werden twee Nederlandse voormalige Benedictijner monniken, die tot de orthodoxie waren bekeerd, Jacob (Akkersdijk) en Adriaan (Korporaal), tot priester gewijd. Jacob is nadien als eerste Nederlander gewijd tot orthodoxe bisschop. Jacob en Adriaan, toen al in priesterambt, celebreerden in Arnhem, maar in de jaren 70 van de vorige eeuw verlieten ze de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland. Vladyka Ioann (Maksimovitch) reisde veel door zijn bisdom, en was ook vaak in Nederland, bezocht en troostte Russen, die zich in ballingschap bevonden; zelf een banneling, begreep hij hun moeilijke situatie. Uiteraard ging zijn aandacht vooral naar de Haagse parochie, die in aantal het grootste was met meer dan 80 actieve leden. Eén van de belangrijkste zaken, die moesten worden opgelost, was het zoeken naar een pand voor een eigen kerk, die de Haagse orthodoxe gemeente moest missen als gevolg van een scheuring. Een deel van de parochianen ging over naar het patriarchaat van Constantinopel, het andere deel ging samen met de priester hieromonnik Dionisy (Loekin) over naar het patriarchaat van Moskou. Het voormalige gebouw van de orthodoxe kerk in Den Haag werd aan het eind van de jaren 40 van de vorige eeuw deel van de sowjetambassade.

Daarom was het bouwen van een eigen kerkgebouw één van de belangrijkste opgaven. Met dit doel is een vereniging opgericht om middelen in te zamelen. Aan voldoende middelen ontbrak het juist. In de naoorlogse periode steunde de Raad van Kerken in Nederland de Haagse parochie, maar ook de Russische emigranten (het huren van de kerk, woonruimte voor de nastojatel van de parochie, maar ook zijn salaris). Nastojatel van de Haagse parochie was gedurende vele jaren aartspriester Wasili Dawidowitsj, die uit België naar Den Haag verhuisde; hij was ook prior was van de andere parochies die onder de Haagse parochie ressorteerden. Starosta van de parochie was vele jaren de orthodoxe Nederlander, tandarts, Jacob Adrianowitsj Graftdijk.

Daar de overige parochies (in Amsterdam en Arnhem) ressorteerden onder de Haagse parochie, werden zij in de Kerkenraad van de parochie van de Opstanding in Den Haag elk vertegenwoordigd door 1 lid van hun Kerkenraad. Voor Arnhem was dit dokter Alexandra Fjódorovna Lepper, starosta en directeur van het Russische bejaardenhuis in Oosterbeek. Leden van de Kerkenraad in Arnhem waren in die tijd penningmeester T.N. Valk-Kotschergina en G.A.Kohler, en leden van de kascommissie A.N. Kotschergina, I.S. Sjoepljak, J.Pogranitschny.

Het hoogste aantal kerkdiensten werd gehouden in de Haagse parochie, bijvoorbeeld in 1954 zijn daar 44 liturgieën en meer dan 80 vigilies gecelebreerd. In Amsterdam waren dat 24 liturgiën, maar in Arnhem slechts 7. Op andere locaties, voornamelijk in bejaardentehuizen, 14 liturgiën.

Een grote inbreng in kerkdiensten op Nederlandse bodem had het kerkkoor uit Amsterdam onder leiding van Evgeny Afinogenovitch Firsoff, dat de zang verzorgde bij de diensten op alle belangrijke kerkelijke feestdagen in de Nederlandse parochies. Hieruit voortgekomen is het huidige Arnhems Slavisch Koor, bekend niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten.

Behalve in Den Haag, Amsterdam en Arnhem werden er kerkdiensten gehouden in Zwolle en Zeeland. Maar rond 1954-1955 werden de kerkdiensten in Zwolle en Zeeland langzaam afgebouwd in verband met het teruglopende aantal parochianen; de overgebleven gingen naar Arnhem. Hierdoor is de Arnhemse parochie in de jaren 1955-1956 groter geworden. Uit de rapportage aan de Aartsbisschop over deze jaren wordt gesproken over ongeveer 40 à 50 parochianen.

Diverse malen is de verzelfstandiging van de Arnhemse parochie ter sprake gebracht, maar Vladyka Ioann (Maksimovitch) achtte dit voorbarig en nog niet mogelijk op dat moment. Deze kwestie loste zichzelf op in de jaren tachtig van de vorige eeuw toen de Haagse parochie der Opstanding van Christus ophield te bestaan. Vanaf dat moment is onze parochie verder gegaan als een zelfstandige eenheid der Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland.

Na de overplaatsing van Vladyka Ioann (Maksimovitch) naar San Francisco in 1962 is de leiding van de West Europese bisdom overgegaan naar Aartsbisschop Anthony (Bartochevitch). Hij bezocht vaak de Nederlandse parochies en bracht met zich mee de Wonderdoende ikoon van de Moeder Gods “Koerskaja Korennaja”. In 1965 bezocht ook metropoliet Filaret (Vosnesenski) onze parochie met deze ikoon, de Hodigitria van de Russische kerk in het buitenland. Onder grote belangstelling van gelovigen werd bij deze ikoon een dankmoleben gehouden.

Vanaf 1993 werd onze parochie vaak bezocht door Vladyka Seraphim (Dulgov), bisschop van Lesna, vicaris van het West-Europese bisdom, later benoemd tot aartsbisschop van Brussel en West-Europa van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland tot oktober 2000. In deze moeilijke en dramatische periode voor de gehele Russische Buitenlandse Kerk, zijn onze parochie en haar clerus trouw gebleven aan de wettige vierde Hoogste Hierarch van de Russisch Orthodoxe Kerk in het Buitenland, metropoliet van Oost-Amerika en New York Vitaly (Ustinov), door te blijven in de Ware Kerk en de smalle koninklijke weg te volgen van de traditionele geloofsbelijdenis van de Russische Buitenkandse Kerk, de weg die onze voorgangers hebben gevolgd, die stonden aan de oorsprong van onze Arnhemse parochie. Wij geloven en belijden dat de Moeder Gods, die onze parochie in al die jaren heeft behoed, Haar heilige gezegende sluier over ons zal uitspreiden en ons zal blijven beschermen op deze hobbelige weg naar de redding.

Vanaf 2007 staan de parochies in het Koninkrijk der Nederlanden, en andere parochies van het West-Europese bisdom van de ROKB(V) onder de canonieke leiding van de Aartsbisschop van Chişinău en Moldavië Anthony (Rudei), die regelmatig zijn parochies bezoekt.

HEILIGE MOEDER GODS, BESCHERM ONS!

Priors en priesters van de Arnhemse parochie:
1. Aartspriester Wasili Dawidowitsch (begin 50 -er – 60-er jaren)
2. Hieromonnik Serapion (Karpov) (idem; Begraven in 1964 op het Russische deel van de begraafplaats in Oosterbeek)
3. Archimandriet Feodosij (Truschevitsch) (midden jaren 60)
4. Priester Evgenij Ivanov
5. Aartspriester Bozidar Patrnogic (80-er – begin 90-er jaren)
6. Priester Stefan Weerts
7. Aartspriester Nikolaj Semenoff (van 1993 tot 2013)
8. Aartsbisschop Anthony (Rudei) en zijn plaatsvervanger aartspriester Andrej Rybin (van 2013 t/m 2016)
9. Aartspriester Andrej Rybin (vanaf 25/12 december 2016)